De marktplaats en het stadhuis van Lügde

Een plaats vol van geschiedenis

Sinds de oprichting van de stad omstreeks 1245 was het Lügder-marktplein altijd het centrum van het stedelijk leven en de handel. Het was het representatieve middelpunt van de stad en een trefpunt voor de burgers, plaats voor feesten en marktplaats. Bijzondere waarde werd toen gehecht aan een representatieve bebouwing en daarom vindt men hier sinds weleer een stedelijk raadhuis (stadhuis).

In de loop der eeuwen werd het stadhuis herhaaldelijk verwoest door branden en telkens weer herbouwd. Weinig is er bekend over het uiterlijk van de voormalige gebouwen. De beschikbare documenten , wijzen erop dat het in 1548 gebouwde stadhuis in Renaissance stijl werd opgetrokken, net zoals de stadhuizen in Blomberg of Schwalenberg. Bij de laatste grote brand in 1797 brandde het stadhuis volledig af.

Op 30 april 1799 legde men de eerste steen voor de wederopbouw van een nieuw stadhuis in classicistische stijl, een vakwerkhuis. Voor die tijd ongebruikelijk: er werd afgezien van de bouw van een stadhuiskelder in die nieuwbouw. Het verpachten van de kelder was voorheen altijd een belangrijke bron van inkomsten voor de stad omdat deze lange tijd de enige plek in de stad was, waar wijn geschonken mocht worden.

In de 50-ger en 60-ger jaren van de vorige eeuw was het afbreken van oude gebouwen "mode" in vele Duitse steden, en dus moest ook het stadhuis van Lügde in 1964 wijken voor nieuwbouw, welke op 4 maart 1965 tijden een ceremonie aan het bestuur van de
stad werd overgedragen. Later begon men anders te denken over het behoud van historische gebouwen en met name over vakwerkhuizen, die het stadsbeeld vormen.

In vroegere tijden was het marktplein omgeven door herbergen. Een van de meest interessante was de "Gouden Engel" gelegen aan de oost/westzijde van de Voorstraat. Een bijzonderheid was het voorgelegen grote vrije terras, die bij het nieuwe marktontwerp pas in de 60-ger jaren werd gesloopt. Hier ter plekke zou tijdens de "Vorstenvergadering" in de zomer van 1681 de grote keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg gelogeerd hebben. Omdat hij geen onderdak in Pyrmont gevonden had, logeerde hij met zijn gevolg drie weken in Lügde. Hij liet zich begeleiden door o.a. 130 personen en 700 dragonders.

De eerste dagen van de vorsten vergadering werden overschaduwd door continue regenbuien en ceremoniële geschillen tussen de Lügder en Oesdorfer hoven. Ze ontmoetten elkaar weinig behalve dan voor drankgelagen in de hoofdstraat. Dit veranderde abrupt toen de Brandenburgers op 9 juli de andere royalty's voor een feestelijk banket in Lügde uitgenodigden. Geleidelijk verdween de spanning en begon men een ongedwongen gesprek, dat spoedig overging in een warme en vriendelijke atmosfeer.